We halen onze KTM dirtbikes in Saigon bij hetzelfde bedrijf waar Jeremy Clarckson van Top Gear in 2008 zijn Minsk, Piaggio Vespa en Honda Cub haalde voor hun Vietnam special. Volgens de beschrijving op Internet zouden ze “Brand new” zijn, maar bij onze eerste rit stranden we al na ongeveer 50 km. Gelukkig vinden we als snel een hutje dat fungeert als werkplaats. De chef monteur kruipt uit zijn hangmat en ontfermt zich over de KTM. Een uurtje later is de diagnose ontstekingsfout, versleten remblokjes, kapotte gaskabel, niet werkende snelheidsmeter en een versleten koppeling. De motor rijdt wel weer, dus rijden we terug en nemen contact op met de verhuurder. Een dag later krijgen we een andere “Brand new” KTM, waarvan alleen de snelheidsmeter het niet meer doet. Onze reis kan nu echt beginnen.
We verbazen ons over de enorme aantallen scooters in de stad (ruim 3 miljoen) en het schijnbaar volledig ontbreken van verkeers-regels. Om links af te slaan gaan ze links spookrijden, maar als het zo uitkomt dan kan men ook prima vanaf de linkerbaan vóór het verkeer door, rechts afslaan. De gouden regel is hier: Go with the flow. Scooters worden zonder problemen bemand met 4 of 5(!) personen en 20 zakken cement op één scooter is geen probleem. Ernstige ongelukken in de stad vallen eigenlijk wel mee, doordat je meestal volledig bent ingebouwd met scooters en dus nooit echt hard kunt vallen. Elke dag zie je natuurlijk wel een paar aanrijdingen, maar meestal beperkt het zich tot wat blikschade en wat onvriendelijke blikken. Desondanks twijfelen we of alle bedelaars hier met ontbrekende ledematen, oorlogslachtoffers zijn, of dat het juist verkeers-slachtoffers zijn…….
In Saigon, wat sinds de eenwording met noord Vietnam officieel Ho Chi Minh City (HCMC) heet, bezoeken we het Reunification Palace. Vandaag de dag fungeert dit gebouw als museum waar alles over de Vietnam oorlog is terug te vinden. Tot het einde van die oorlog fungeerde het gebouw als presidentieel paleis, van waaruit de nodige veldslagen zijn gecoördineerd. We bezoeken de enorme bunker onder het gebouw, het evacuatie helikopter-platform op het dak en maken natuurlijk een foto van de noord Vietnamese tank, die op 30 april 1975 door het hek heenreed en daarmee de oorlog officieel beëindigde.
Even buiten Saigon bevind zich het tunnelcomplex van Cu Chi, waar we een indruk krijgen van de situatie onder de grond tijdens de Vietnam oorlog. Maar liefst 300 km ondergrondse gangen met boobytraps, watersluizen (tegen gasaanvallen) en complete ondergrondse zalen, geven ons regelmatig kippenvel. Alleen met zware B-52 tapijtbombardementen waren deze tunnels uiteindelijk onschadelijk te maken. Hoogtepunt is ongetwijfeld de 100 meter die we door een van deze tunnels in het donker kruipen. Als je al niet claustrofobisch bent dan wordt je het ter plekke. Nog nooit zo blij geweest weer daglicht te zien! Weer terug bij onze fietsen zien we een aantal Vietnamezen verwonderd naar onze koppeling kijken. Hier rijden voornamelijk scooters en is een koppeling intrekken om te schakelen duidelijk nog niet bij iedereen bekend.
Buiten Saigon verandert het mierennest van scooters en brommers in een veel gevaarlijker omgeving, met volop vrachtwagens en bussen die werkelijk niets om tweewielers geven. We zijn onderweg naar Dong Xoai, waar we onze eerste overnachting buiten de grote stad zullen maken. We merken al snel dat hier niemand Engels spreekt of verstaat. Het wordt dus communiceren met handen en voeten! We vinden een prima hotelletje met geheel betegelde kamer voor 8€ en wandelen over de locale versmarkt. Hier is het normaal om met de scooter tussen de kraampjes door te rijden en een levende kip of vis te selecteren, die dan terplekke voor je wordt geslacht. Indien gewenst wordt het dier ook direct -in de volle zon- schoon gemaakt, waardoor het een stinkend zooitje wordt met rondvliegende veren, visschubben en bloed. Als we ‘s avonds wat willen eten, lijkt de stad plots uitgestorven te zijn. Gelukkig wil iemand van het hotel ons wel voorrijden naar een eetgelegenheid, en na 10 minuten zitten we aan een noodlesoepje buiten bij een kraampje langs de grote weg. De echte verassing komt echter bij terugkomst in ons hotel. Het hotel blijkt een grote Karaokebar te hebben en de betegelde kamers blijken prima klankkasten te zijn. We luisteren vanuit bed tot ruim 3:00 ‘s nachts naar de onherkenbare Chinese en Vietnamese valse drankliederen.
Om 5:00 worden we “subtiel” wakker gemaakt met het Vietnamees volkslied wat uit de luidsprekers op straat buldert. We proberen toch even te blijven liggen en zien rond 6:00 de laatste mensen voor het hotel Tai Chi oefeningen doen. Zo hoort een dag natuurlijk te beginnen. Ons vervolg naar de plaats Gia Nghia is niet echt schokkend, maar de vervolgdag richting Da Lat is er een uit het boekje. We doorkruisen eerst het Ta Dung National Park en rijden over schitterende onverharde wegen door de jungle. Af en toe doorkruisen we een verlaten dorpje met houten hutjes, maar de meeste tijd zien we alleen zand, jungle en bergen. Hier heeft duidelijk nog nooit een auto gereden en al snel krijgen we het gevoel dat zo de “Ho Chi Minh trail” er in de jaren 60 en 70 uitgezien moet hebben. Bij een stromend beekje staat een hutje met stoelen waar we een heerlijke warme cola drinken en genieten van dit geweldig avontuur. Via het Lam Vien gebergte rijden we naar de toeristische plaats Da Lat, waarbij we regelmatig flink moeten terugschakelen, om een berg omhoog te kunnen komen. Eenmaal in Da Lat aangekomen vinden we al snel een goed hotel en genieten ’s avonds van een heerlijke westerse pizza.
Taal:
In de toeristische gebieden kunnen de meesten Engels verstaan en praten.
In het binnenland kunnen de meesten geen Engels.
Mensen:
Verwacht geen Thaise glimlach. Men is wel vriendelijk maar ook vaak onverschillig waardoor contact maken moeilijk is.
Eten:
In de toeristische gebieden zijn volop restaurants, in het binnenland is er weinig keuze. Prijzen variëren tussen 2$ en 20$ per persoon
Verkeer:
Go with the flow en het komt allemaal wel goed. Pas wel op voor de vrachtwagens en bussen waarvoor een tweewieler niet meetelt.
Motor:
Zeker als je het binnenland in gaat is een dirtbike aan te raden. In de steden is een scooter gemakkelijk.
Benzine is overal te krijgen en kost ongeveer 1$ p.ltr..
Hotels:
Hotels zijn duidelijk herkenbaar maar zeker in Saigon zitten ze vaak vol. Reserveer daarom voor Saigon je hotel vooruit.
Prijzen variëren tussen 10$ en 150$ per kamer.